Gedaagde heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met Univé en heeft over de periode 2016 tot en met 2021 een betalingsachterstand opgebouwd van €3.100,09 aan premies en zorgkosten. Univé vordert betaling van dit bedrag, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.
Gedaagde stelt dat hij de premies wil betalen maar twijfelt aan de verplichting vanwege een vermeende wetswijziging die openstaande premies zou kwijtschelden, zoals door het CAK zou zijn meegedeeld. Deze stelling wordt niet onderbouwd en na repliek niet verder toegelicht, waardoor de kantonrechter deze voorbijgaat.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde aansprakelijk blijft voor de schuld die is opgebouwd vóór aanmelding bij het CAK. De bestuursrechtelijke premie die gedaagde aan het CAK betaalt, betreft een andere verplichting en ontslaat hem niet van de bestaande schuld aan Univé.
Univé krijgt gedeeltelijk gelijk in de incassokosten, omdat een deel van de betaling binnen de veertiendagentermijn is gedaan en daarom niet voor incassokosten in aanmerking komt. Uiteindelijk wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van €1.830,15 aan hoofdsom, €332,17 aan incassokosten, en wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van €917,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.