Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[verzoekster sub 1] ,
[minderjarige], door haar rechtsgeldig vertegenwoordigd, alsmede haar meerderjarige kinderen, te weten;
2.
[verzoeker sub 2],
3.
[verzoeker sub 3],
4.
[verzoekster sub 4],
1.De procedure
- dat dit verzoek onderdeel is van een reeks van tot nu toe 20 zaken en dat dit kan oplopen tot ongeveer 80 zaken;
- dat in al die zaken aan de gedupeerden een forfaitaire compensatie op grond van (thans) artikel 2.1 Wet hersteloperatie toeslagen is toegekend;
- dat De Staat niet gelukkig is met de ontwikkeling dat in sommige van die zaken de gedupeerden voornemens zijn een vordering uit onrechtmatige daad in te stellen;
- dat de insteek van de verzoekschriften niet alleen is dat De Staat aansprakelijk is tegenover gedupeerden, maar ook tegenover de eventuele (toeslag)partner en de meerder- of minderjarige kinderen van de gedupeerden (en partners) en De Staat in zijn algemeenheid de aansprakelijkheid tegenover de kinderen betwist;
- dat De Staat niet tegenover gedupeerden wil staan en een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht in beginsel toegewezen moet worden, waardoor De Staat ervoor heeft gekozen om geen verweer te voeren;
- dat De Staat zijn betwisting van aansprakelijkheid tegenover de kinderen handhaaft en dat dit verweer gevoerd zal worden in het kader van eventuele schikkingsonderhandelingen en/of een bodemprocedure;
- dat in de vraagstelling wordt gesproken over ‘onrechtmatige besluiten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 tot en met 2013’. Dit is volgens De Staat niet onjuist, maar De Staat vraagt zich af of het voor de deskundigen voldoende duidelijk is dat het onrechtmatig handelen niet samenvalt met de overeenkomstige kalenderjaren.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
4.De beslissing
psychiatrisch en arbeidsdeskundig onderzoekdoor de deskundigen ter beantwoording van de vragen die zijn opgenomen onder punt 3.7,
Registerarbeidsdeskundige
Gerechtelijk deskundige LRGD
[e-mailadres 2]
binnen drie wekenna de datum van deze beschikking een begroting van zijn kosten opgeven aan de rechtbank, gespecificeerd naar het aantal uren, het uurtarief en de overige kosten;
binnen twee wekendaarna bij de rechtbank schriftelijk bezwaar maken tegen de begroting;
binnen twee wekennadat zij een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie heeft ontvangen,
,