Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. V.H. van der Horst;
- de advocaat van de verdachte: mr. F.N. Dijkers.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs en bewezenverklaring
4.Kwalificatie en strafbaarheid
6.In beslag genomen voorwerpen
‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen’van 25 april 2025 is beslag gelegd op een geldbedrag van € 535,- met goednummer 3310711.
7.Vordering benadeelde partij
- € 385,- aan eigen risico voor het jaar 2024;
- € 161,61 aan eigen risico voor het jaar 2025;
- € 89,85 aan drie maanden sportschoolcontributie;
- € 88,41 aan drie maanden waterpolo.
10.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 287, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
11.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
feit 4)
€ 6.411,61,bestaande uit € 3.211,61 aan materiële schade en € 3.200,- aan immateriële schade;