Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €79,49 die was opgelegd omdat zijn auto op 3 november 2024 zonder geldig parkeerrecht stond geparkeerd op het Hospitaalterrein in Almere. Hij stelde dat het parkeerrecht geldig was tot 19:11 uur en dat hij vanwege een langer bezoek aan het ziekenhuis niet tussentijds kon bijbetalen, wat volgens hem de verantwoordelijkheid van de gemeente was.
De heffingsambtenaar voerde aan dat het technisch mogelijk was het parkeerrecht tussentijds te verlengen, wat door twee medewerkers onafhankelijk was getest. Ook waren er geen storingen gemeld. Daarnaast had eiser alternatieven, zoals bellen met de Parkeerservice, gebruik van andere parkeerautomaten of een parkeerapplicatie. De rechtbank oordeelde dat het voor eiser redelijkerwijs mogelijk was het parkeerrecht te voldoen.
Verder wees de rechtbank erop dat een naheffingsaanslag geen straf of boete is, maar een invordering van niet betaalde belasting inclusief kosten, die niet onredelijk hoog waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.