ECLI:NL:RBMNE:2025:4246
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechtbank en rechter wegens gebrek aan gegronde vooringenomenheid
Verzoeker heeft op 23 juli 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, de griffier, alle medewerkers die de zaak behandelen en alle leden van de rechtbank. Het verzoek baseert zich op vermeende vooringenomenheid, machtsmisbruik, steekpenningen en onrechtmatige handelingen door gerechtsambtenaren.
De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden gericht tegen de rechter(s) die de zaak behandelen. Wraking van griffiers, andere medewerkers of alle leden van de rechtbank is wettelijk niet mogelijk. Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk voor dat deel van het verzoek.
Daarnaast is het verzoek tot wraking van de behandelend rechter zelf niet gegrond. De onderbouwing richt zich op een vermeende algemene vooringenomenheid van de rechtbank, maar er zijn geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die wijzen op persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De wrakingskamer concludeert dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het gehele wrakingsverzoek. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechtbank en de behandelend rechter.