ECLI:NL:RBMNE:2025:4254

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
C/16/586048 / FL RK 24-1239
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking inzake kinderalimentatie en draagkrachtberekening

In deze zaak heeft de moeder de rechtbank verzocht om de beschikking van 22 juli 2025 te verbeteren, omdat zij van mening is dat er een kennelijke fout is gemaakt in de berekening van haar netto besteedbaar inkomen, specifiek met betrekking tot het kindgebonden budget (kgb). De vader heeft bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. De rechtbank heeft vastgesteld dat er inderdaad sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank heeft de draagkrachtberekening van de moeder gecorrigeerd door te rekenen met het juiste kgb, wat resulteert in een lagere draagkracht dan eerder vastgesteld. De rechtbank heeft de beschikking van 22 juli 2025 verbeterd en de nieuwe berekeningen zijn in de beschikking opgenomen. De beslissing houdt in dat de vader een hogere kinderalimentatie moet betalen dan eerder was vastgesteld, en de rechtbank heeft de nieuwe bedragen voor de kinderalimentatie en de draagkracht van beide ouders vastgesteld. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. Braun, in aanwezigheid van griffier N. Kum, en is openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
Zaaknummer: C/16/586048 / FL RK 24-1239
Kinderalimentatie
Datum uitspraak: 1 augustus 2025
herstelbeschikking
- bijlage bij de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 met bovenvermelde zaakgegevens -
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [plaats],
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M. van den Eshof,
e n
[verweerder],
wonende in [plaats],
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. H. Hulshof.

1.De procedure

1.1.
De moeder heeft de rechtbank bij bericht van 25 juli 2025 verzocht de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 (met bovenvermelde zaakgegevens) te verbeteren.
1.2.
De vader heeft in reactie daarop de rechtbank bij e-mail van 28 juli 2025 laten weten bezwaar te hebben tegen het verzoek van de vrouw.

2.De beoordeling

2.1.
In artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent verbetert. De rechter gaat niet tot de verbetering over dan na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten.
2.2.
Volgens de moeder heeft de rechtbank bij het berekenen van haar netto besteedbaar inkomen gerekend met een veel te hoog kindgebonden budget (kgb). Uit de in de procedure door haar overgelegde stukken (bijlagen 5 en 7) blijkt de hoogte van het kgb. In de berekeningen die zij bij haar pleitnotities zijn gehecht heeft zij ook met dit werkelijke kgb gerekend. Door te rekenen met een veel te hoog kgb, zoals de rechtbank ten onrechte heeft gedaan, komt zij uit op een veel hogere draagkracht dan zij in werkelijkheid heeft. Er is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2.3.
De vader betwist dat sprake is van een kennelijke fout. Het kgb is berekend door het rekenprogramma. Dit is een vast gegeven en geen kennelijke fout waarvan voor een ieder duidelijk is dat dit een fout betreft. De rechtbank heeft het juiste kgb toegepast. Omdat de partner van de moeder niet onderhoudsplichtig is voor de kinderen en zijn inkomen daarom niet wordt meegenomen in de berekening, moet ook de eventuele verlaging van het kgb als gevolg van zijn inkomen niet in de berekening worden meegenomen. Voor beide partijen geldt een gelijk (fictief) uitgangspunt in de berekening als alleenstaande (ouder). Als het inkomen van de partner niet zou worden meegenomen in de berekening maar de eventueel verminderde toeslagen wel, dan ontstaat daardoor een ongerechtvaardigde vergelijking in het inkomen van partijen waardoor de partij die een partner heeft, bevoordeeld wordt. Daarnaast is de overgelegde beschikking een voorschot beschikking. Het staat daarom niet vast welk bedrag definitief aan kgb zal worden ontvangen. De berekening moet daarom niet op een voorschot worden gebaseerd.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat in de beschikking van 22 juli 2025 sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank heeft in de draagkrachtberekening van de moeder ten onrechte gerekend alsof zij alleenstaande ouder is, terwijl uit de door de moeder overgelegde voorschotbeschikking voor 2024 en de bedragen aan kgb die in 2025 aan haar zijn overgemaakt blijkt welke bedragen zij heeft ontvangen. Dat de vader zich mag uitlaten over het herstelverzoek van de moeder is niet bedoeld om één of meer nieuwe standpunten in te nemen die in de procedure hadden kunnen worden ingenomen. In de procedure heeft de vader de hoogte van het kgb en de draagkrachtberekening die de moeder heeft overgelegd op dit punt niet betwist. De rechtbank zal daarom haar beschikking van 22 juli 2025 verbeteren als hierna vermeld in het dictum. Zij zal aan de zijde van moeder rekenen met een kgb van € 7.548 per jaar in 2024 en (€ 462 x 12) = € 5.544 per jaar in 2025. De als bijlagen aan deze beschikking gehechte berekeningen (bijlagen 3, 4, 5 en 6) treden in de plaats van de aan de beschikking van 22 juli 2025 als bijlagen gehechte berekeningen. De draagkrachtberekeningen van de vader (bijlagen 1 en 2) blijven ongewijzigd.

3.De beslissing

De rechtbank:
verbetert de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 in die zin, dat daar waar in die beschikking staat vermeld:
“…
3.11. (…)
Uit de aangehechte berekening blijkt een draagkracht van € 335 per maand (…)”,
dient te worden gelezen:
“…
3.11. (…)
Uit de aangehechte berekening blijkt een draagkracht van € 146 per maand
(...)’’.
en
“…
3.12. (…)
Uit de aangehechte berekening blijkt een draagkracht van € 542 per maand (…)”,
dient te worden gelezen:
“…
3.12 (…)
Uit de aangehechte berekening blijkt een draagkracht van € 268 per maand
(...)’’
en
“…
3.15.
Partijen hebben samen een draagkracht van (€ 506 + € 335) = € 841 per maand. Dat is voldoende om alle kosten van de kinderen (€ 505) van te betalen. De vader draagt het deel van (€ 506 ÷ € 841) x € 505 = € 304. De moeder draagt het deel van (€ 335 ÷ € 841) x € 505 = € 201.”
dient te worden gelezen:
“…
3.15.
Partijen hebben samen een draagkracht van (€ 506 + € 146) = € 652 per maand. Dat is voldoende om alle kosten van de kinderen (€ 505) van te betalen. De vader draagt het deel van (€ 506 ÷ € 652) x € 505 = € 391. De moeder draagt het deel van (€ 146 ÷ € 652) x € 505 = € 113.’’
en
“…
3.16. (…)
Hun gezamenlijke draagkracht is (€ 598 + € 542) = € 1.140 per maand. De vader draagt het deel van (€ 598 ÷ € 1.140) x € 537 = € 282. De moeder draagt het deel van (€ 542 ÷ € 1.140) x € 537 = € 255 per maand.”
dient te worden gelezen:
“…
3.16. (…)
Hun gezamenlijke draagkracht is (€ 598 + € 268) = € 866 per maand. De vader draagt het deel van (€ 598 ÷ € 866) x € 537 = € 371. De moeder draagt het deel van (€ 268 ÷ € 866) x € 537 = € 166 per maand.’’
en
“…
3.18.
Uit (…) blijkt dat de vader na toepassing van de zorgkorting de navolgende bijdragen aan de moeder moet betalen:
van 3 december 2024 tot en met 31 december 2024, € 93 per maand voor [minderjarige 1] en € 59 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], en
vanaf 1 januari 2025: € 85 per maand voor [minderjarige 1] en € 49 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3].”
dient te worden gelezen:
“…
3.18.
Uit (…) blijkt dat de vader na toepassing van de zorgkorting de navolgende bijdragen aan de moeder moet betalen:
van 3 december 2024 tot en met 31 december 2024, € 122 per maand voor [minderjarige 1] en € 88 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], en
vanaf 1 januari 2025: € 115 per maand voor [minderjarige 1] e en € 79 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3].’’
en
“…
4.1.
bepaalt dat de vader een kinderalimentatie aan de moeder moet betalen van:
€ 93 per maand voor [minderjarige 1] en € 59 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], vanaf 3 december 2024 tot en met 31 december 2024, en
€ 85 per maand voor [minderjarige 1] en € 49 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], vanaf 1 januari 2025;”
dient te worden gelezen:
“…
4.1.
bepaalt dat de vader een kinderalimentatie aan de moeder moet betalen van:
€ 122 per maand voor [minderjarige 1] en € 88 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], vanaf 3 december 2024 tot en met 31 december 2024, en
€ 115 per maand voor [minderjarige 1] en € 79 per kind per maand voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3], vanaf 1 januari 2025;”
Dit is de beslissing van rechter mr. K.M. Braun, tot stand gekomen in samenwerking met griffier mr. N. Kum. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Bijlage 3: berekening draagkracht moeder 2024
Bijlage 4: berekening draagkracht moeder 2025
Bijlage 5: berekening en verdeling kosten kinderen 2024
Bijlage 6: berekening en verdeling kosten kinderen 2025