ECLI:NL:RBMNE:2025:4303

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
11 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 23/4587
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaar en afwijzing immateriële schadevergoeding

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift door de heffingsambtenaar van de gemeente Huizen. Het bezwaar was gericht tegen een aanslagbiljet gemeentelijke belastingen, maar werd te laat ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.

De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn niet is overschreden op een wijze die verschoonbaar is, ondanks dat verweerder tweemaal om een toelichting vroeg. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Daarnaast verzocht eiseres om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank stelt vast dat de overschrijding gering is en dat de aard van de zaak geen aanleiding geeft tot vergoeding.

De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en ziet geen reden voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier O. Asafiati op 30 juli 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4587

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B .V. , eiseres,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Huizen, verweerder,

(gemachtigde: dhr. mr. Beek).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat mr. D.A.N. Bartels MRE (hierna: Bartels) heeft ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 30 augustus 2023.
De zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2025. Bartels is verschenen. Namens verweerder is niemand verschenen.
De rechtbank heeft na afloop van de zitting het onderzoek gesloten. Bartels heeft vervolgens verzocht om heropening van het onderzoek. De rechtbank ziet in wat Bartels aan zijn verzoek om heropening ten grondslag heeft gelegd geen aanleiding voor heropening van het onderzoek.

Overwegingen

1. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen bekendgemaakt op 28 februari 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 11 april 2023 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaar met dagtekening 10 juli 2023 ontvangen op 13 juli 2023. Dat is buiten de wettelijk voorgeschreven termijn. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaarschrift niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
2. Op 17 juli 2023 heeft verweerder aan eiseres een brief gestuurd waarin gevraagd is om de reden van de te late indiening. Daarin staat dat als de reden van de te late indiening niet verschoonbaar is, verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk kan verklaren. Op
8 augustus 2023 is er een reminder gestuurd. Hier is niet op gereageerd.
3. Tijdens de behandeling van het beroep op zitting heeft eiseres gesteld dat zij op tijd bezwaar heeft gemaakt en dat zij wel heeft gereageerd op de termijnoverschrijding.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Anders dan de gemachtigde van eiseres betoogt, is wel degelijk te laat bezwaar gemaakt. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder de gemachtigde van eiseres tweemaal de mogelijkheid heeft geboden om aan te geven wat hiervan de reden is. Er is niet gereageerd op de vraag waarom het bezwaar te laat is ingediend. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.
De overschrijding van de redelijke termijn
5. Eiseres heeft verzocht om een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. In deze zaak is sprake van een opvolgende bezwaar- en beroepsprocedure. De behandeling daarvan mag maximaal twee jaar in beslag nemen. Daarbij is een termijn van zes maanden voor de behandeling van het bezwaar en een termijn van anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep redelijk. In deze zaak ving de redelijke termijn aan op 13 juli 2023, toen het bezwaarschrift is ingediend. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn met enkele dagen is overschreden. Gelet op deze zeer geringe overschrijding en de aard van de zaak (niet-ontvankelijk bezwaar vanwege termijnoverschrijding), bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat immateriële schadevergoeding voor geleden spanning en frustratie op zijn plaats is. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat tijdens de behandeling van het beroep ook tijd is gemoeid met het opvragen van een juiste machtiging, terwijl de gemachtigde van eiseres deze ook meteen bij het beroepschrift had kunnen voegen. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
De proceskosten
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.