Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 31 januari 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN [verdachte]
8.OPLEGGING VAN STRAF
overval op een winkeluit van een jeugddetentie vanaf 4 maanden. De rechtbank heeft met dit oriëntatiepunt rekening gehouden bij het bepalen van de straf. Gelet op de ernst van het feit kan volgens de rechtbank niet worden volstaan met enkel een andere straf dan een jeugddetentie. Met de officier van justitie, de verdediging en de deskundigen is de rechtbank echter wel van oordeel dat het niet passend is om [verdachte] terug te sturen naar de jeugdgevangenis.
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentie van 90 dagen;
een gedeelte van 87 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd,tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van twee (2) jarenvast;
taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
20 dagen;
- 16,20 EUR (G3350603);
- 3880 EUR (G3350513).
[medeverdachte 1] , te houden;