Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. N. Schipper;
- de advocaat van de verdachte: mr. M. Hoevers;
- de advocaat van de benadeelde partij [slachtoffer] : mr. M. Rotgans;
- de ouders van de benadeelde partij/het slachtoffer [slachtoffer] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
de rechtbank begrijpt: de verdachte) naast haar op het luchtbed lag. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] haar pyjamabroek met twee handen naar beneden had getrokken en dat hij met zijn vingers aan haar poesje had gezeten. [2]
de rechtbank begrijpt: de verdachte) ging tegen mijn poes en toen kon ik niet lekker meer slapen. Dat vond ik niet fijn.
- linker binnenzijde van de voorzijde #01
- linker buitenzijde van de voorzijde #03
- linker binnenzijde van de achterzijde #5
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstraf van 3 maanden;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 2.162,04 (zegge tweeduizend honderd tweeënzestig euro en vier eurocent), bestaande uit € 162,04 aan materiële schade en € 2.000,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 162,04 vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,-- vanaf 16 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding van € 2.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022 zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , geboren op [2016] , te openen rekening met een BEM-clausule;
- veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
- legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen € 2.162,04 (zegge tweeduizend honderd tweeënzestig euro en vier eurocent), bestaande uit € 162,04 aan materiële schade en € 2.000,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 162,04 vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,-- vanaf 16 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.162,04 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 32 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
met (de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige) [slachtoffer] geboren op [2016] ,
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,
te weten het (over de onderbroek) betasten/aanraken van de vagina en/of billen van die Witteman.