Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 april 2025;
- de aanvullende producties 32 tot en met 34 van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert een uitzendbureau betaling van openstaande facturen van een opdrachtgever. Partijen hebben een betalingsafspraak gemaakt voor een deel van de facturen, waarbij betaling afhankelijk is van ontvangst van gelden van een derde partij. De rechtbank oordeelt dat de opdrachtgever het afgesproken bedrag in 24 maandelijkse termijnen moet betalen, maar wijst de vordering voor het restant van de facturen af wegens onvoldoende onderbouwing en betwisting van de administratie.
Daarnaast heeft het uitzendbureau conservatoir beslag gelegd op de rekening van de opdrachtgever voor een nog niet opeisbare vordering. Dit beslag is door de voorzieningenrechter opgeheven. De rechtbank stelt vast dat het beslag onrechtmatig was en veroordeelt het uitzendbureau tot vergoeding van de door de opdrachtgever geleden schade, waaronder advocaatkosten, administratieve kosten en gederfde uren.
De proceskosten in conventie worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. In reconventie wordt het uitzendbureau veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de opdrachtgever. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst betaling van een deel van de facturen toe en veroordeelt eiser tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging.