Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag van 9 januari 2024 voor aanvullende compensatie van werkelijke schade.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser de Dienst Toeslagen op 4 februari 2025 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend op 7 april 2025, meer dan twee weken na de ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 5 maart 2026 een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding na deze datum geldt een dwangsom van € 50,- met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 53,-.
Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 6 augustus 2025.