Eiseres heeft op 17 oktober 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van maximaal 52 weken een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder bij brief van 7 januari 2025 in gebreke en diende op 12 maart 2025 een beroepschrift in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen, uiterlijk op 12 december 2025, zijnde 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Voor het geval deze termijn niet wordt gehaald, legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht op een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier M.L. Bressers op 4 augustus 2025.