Eiseres heeft op 11 maart 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen, waardoor eiseres op 9 april 2025 beroep instelde nadat zij verweerder op 25 maart 2025 in gebreke had gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, waarbij een nieuwe beslistermijn geldt tot uiterlijk 5 mei 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een mondelinge behandeling, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en uitspraak heeft gedaan op 6 augustus 2025.