ECLI:NL:RBMNE:2025:4371
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering uitritvergunning en kapvergunning onterecht verleend
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de afwijzing van een omgevingsvergunning voor opslagboxen, het kappen van bomen en het aanleggen van een uitrit op percelen te [plaats]. Na een tussenuitspraak waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld, verleende het college alsnog een uitritvergunning en een kapvergunning. Eiseres betwistte de herstelpoging en stelde dat de kapvergunning onterecht was verleend.
De rechtbank oordeelde dat het college het motiveringsgebrek met de uitritvergunning had hersteld en vernietigde de weigering van de uitritvergunning. De kapvergunning werd echter niet als herstel van het gebrek beschouwd en werd vernietigd omdat voor het kappen van de bomen geen vergunningplicht geldt. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en beroep, alsmede het griffierecht.
Het beroep tegen de weigering van de opslagboxenvergunning werd ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door de juridische grondslag van het besluit te wijzigen zonder een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waardoor eiseres recht heeft op vergoeding van gemaakte proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de uitritvergunning en de onterecht verleende kapvergunning en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.