Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ZITTING
- de officier van justitie: mr. E. Wiersma;
- de advocaat van de verdachte: mr. T.S. van der Horst;
- de benadeelde partijen: [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2] ) met hun pleegouders;
- de gemachtigde (voogd) van de benadeelde partijen: [gemachtigde] .
2.TENLASTELEGGING
3.BEWIJS EN DE BEWEZENVERKLARING
de-auditu), maar hij verklaart ook over wat hij zelf bij haar heeft waargenomen. De pleegvader verklaart dat hij [slachtoffer 1] uit bed had gehaald en dat haar werd verteld dat haar broertje had gesproken over dat [slachtoffer 1] bij de verdachte op schoot zou hebben gezeten, waarbij bepaalde bewegingen zouden zijn gemaakt. Naar aanleiding hiervan zou [slachtoffer 1] dicht zijn geklapt en in huilen zijn uitgebarsten.
, dat je vader daar mee door ging.
4.KWALIFICATIE EN STRAFBAARHEID
5.DE STRAF
- een gevangenisstraf van vijf jaar, met aftrek van het voorarrest;
- een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , voor de duur van drie jaar en waarbij vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 dagen per overtreding, met een maximumduur van zes maanden en met als uitzondering als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zelf de wens hebben om contact met de verdachte te hebben, waarna dit met begeleiding en advies van een begeleidende instantie kan plaatsvinden.
6.BESLAG
7.VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJ
8.TOEGEPASTE WETSARTIKELEN
9.BESLISSING
gevangenisstraf van vier jaar;
- legt aan de verdachte op de
- beveelt dat de verdachte
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] tot immateriële schadevergoeding in zijn geheel toe tot een bedrag van € 10.000, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2018 tot aan de dag van volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 november 2015 tot 29 maart 2019 in de gemeente Nieuwegein, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2009, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer 2] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] en/of
- het wrijven met zijn hand en/of vingers over de vagina en/of borsten en/of anus van die [slachtoffer 2] ;
( art 244 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 november 2015 tot 30 september 2021 in de gemeente Nieuwegein, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2012, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer 1] ;
( art 244 Wetboek Pro van Strafrecht )