Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
4.
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de pleitnota van de gemachtigde van het COA.
Rechtbank Midden-Nederland
De familie statushouders is in 2015 vanuit Irak naar Nederland gekomen en verblijft in een ruimte in het AZC die door het COA is toegewezen. Na het verkrijgen van een verblijfsvergunning in december 2024 is hen een passende woning aangeboden, welke zij in april/mei 2025 hebben geweigerd. Het COA vordert daarom ontruiming van de ruimte in het AZC en veroordeling in proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het COA bij het woningaanbod zorgvuldig te werk is gegaan, rekening houdend met medische en studiegerelateerde plaatsingscriteria, vastgelegd in een ondertekend B06-formulier en een Sociaal Medisch Advies. De aangeboden woning voldeed aan deze criteria, was gelijkvloers bereikbaar via een lift en lag nabij het ziekenhuis en de studieplaatsen van de dochters.
De familie heeft aanvullende medische bezwaren aangevoerd, zoals angstklachten en paniekaanvallen bij het gebruik van de lift, maar heeft deze niet tijdig met medische onderbouwing aangetoond. Het COA mocht daarom aannemen dat de woning passend was. De familie is voldoende geïnformeerd over de gevolgen van weigering, waaronder het beëindigen van het recht op opvang. De voorzieningenrechter verklaart het recht op opvang van rechtswege beëindigd, wijst de ontruimingsvordering toe en veroordeelt de familie in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De familie statushouders moet de ruimte in het AZC ontruimen na weigering van een passende woning en wordt veroordeeld in de proceskosten.