ECLI:NL:RBMNE:2025:4446
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring op grond van Huisvestingsverordening Almere 2019
Eiseres heeft op medische gronden urgentie aangevraagd voor een huurwoning in Almere, nadat zij gescheiden was en haar ex-echtgenoot in de huurwoning mocht blijven wonen. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet had aangetoond dat zij alles had gedaan om haar woonprobleem op te lossen, zoals vereist in de Huisvestingsverordening Almere 2019.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij niet in aanmerking kan komen voor een kamer of studio via sociale woningaanbieders en dat een tijdelijke opvangplek medisch gezien niet uitgesloten is. De stelling dat dergelijke woonruimte schaars is, is onvoldoende onderbouwd.
Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt, omdat er geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld. De woonsituatie met haar ex-echtgenoot is weliswaar moeilijk, maar niet onhoudbaar en er is geen bewijs van fysiek geweld. Het college heeft terecht geen uitzondering gemaakt.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt eveneens verworpen, omdat het besluit niet onevenredig nadelig is gezien de schaarste op de woningmarkt en het feit dat eiseres een dak boven haar hoofd heeft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar urgentieaanvraag wordt ongegrond verklaard.