Verzoekster vroeg vrijstelling van geregeld schoolbezoek voor haar zoon in verband met een vakantie buiten de reguliere schoolvakantie, vanwege de zorg voor haar ernstig meervoudig beperkte andere zoon. De directeur wees het verzoek af omdat er geen gewichtige omstandigheden waren die vrijstelling rechtvaardigden, zeker niet in de eerste twee lesweken van het schooljaar.
De voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Hoewel de situatie van de kinderen ernstig is en de vakantieplanning complex, is dit geen reden voor vrijstelling binnen de eerste schoolweek. Ook het beroep op het IVRK werd verworpen omdat het belang van de leerplichtige zoon bij een goede start van het schooljaar zwaarder weegt.
De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. De rechter benadrukte het belang van aanwezigheid in de eerste schoolweek en het restrictieve karakter van vrijstelling bij gewichtige omstandigheden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.