ECLI:NL:RBMNE:2025:4470
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen oplichting en diefstal
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 augustus 2025 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die samen met een mededader oplichting en diefstal pleegde in de periode van 21 juni tot 29 juli 2021.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €22.876, waarvan de helft aan veroordeelde moest worden toegerekend als medepleger, zijnde €11.438. De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen wegens bepleite vrijspraak en onvoldoende bewijs van wederrechtelijk voordeel.
De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsgrondslag ligt in de veroordeling voor medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutels. De opbrengsten uit de strafbare feiten werden gelijkelijk toegerekend aan veroordeelde en zijn mededader. Vergoedingen aan benadeelden worden pas in mindering gebracht indien voldaan.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €11.438 en legde veroordeelde de betalingsverplichting aan de Staat op. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 457 dagen. Het vonnis werd op 15 augustus 2025 gewezen door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €11.438 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.