ECLI:NL:RBMNE:2025:4477
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling rentepercentage studieschuld door minister
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgestelde rentepercentage van 2,56% op zijn studieschuld, ingaande vanaf de aanloopfase op 1 januari 2024.
De rechtbank constateert dat eiser niet is verschenen op de zitting en dat hij onvoldoende heeft toegelicht waarom de minister onvoldoende op zijn bezwaargronden zou hebben gereageerd. De minister heeft voldaan aan zijn informatieplicht en de rentevaststelling is gebaseerd op artikel 6.3 van de Wet studiefinanciering 2000, waarbij de rente gekoppeld is aan de kapitaalmarktrente van de Staat.
Eiser stelde dat hij geïnformeerd had moeten worden over financiële risico’s zoals bij particuliere kredietverstrekkers onder de Wet op het financieel toezicht, maar de rechtbank oordeelt dat deze verplichting niet op de minister rust omdat studieleningen van DUO niet onder de Wft vallen.
Ook is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, omdat eiser niet kon vertrouwen op een andere rentevaststelling dan de wettelijke indexering. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde rentepercentage van de studieschuld wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.