Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs en bewezenverklaring
4.Kwalificatie en strafbaarheid
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
5.Straf
Inmiddels lijkt [verdachte (voornaam)] een positieve draai aan haar leven te hebben gegeven. Ze heeft zinvolle dagbesteding en kan daarbinnen opleidingen volgen, ze zet zich in voor het huidige schorsingstoezicht en heeft zich al voor enkele trauma’s laten behandelen. Dit maakt dat [verdachte (voornaam)] al bijna een jaar niet meer negatief in beeld komt bij onder andere de politie. Ook ontvangt betrokkene persoonlijke begeleiding en staat ze op de wachtlijst bij [instelling 2] voor een begeleid wonen plek.
[verdachte (voornaam)] lijkt veel baat te hebben van de huidige ondersteuning die zij krijgt en dit is nodig om het recidiverisico te verlagen. Volgens de reclassering heeft [verdachte (voornaam)] nog niet voldoende handvatten om zelf de juiste keuzes te blijven maken. De reclassering ziet een meerwaarde in het voorzetten van de huidige gemaakte ontwikkelingen en denkt dat [verdachte (voornaam)] ondersteuning vanuit de reclassering hierbij goed kan gebruiken. Dit maakt dat de reclassering het voortzetten van het reclasseringstoezicht geïndiceerd vinden.
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 45, 47, 57, 77c, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen van de 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
7. De beslissing
taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;
een gedeelte van 40 urenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [medeverdachte (voornaam)] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;