Eiseres diende op 19 september 2023 een aanvraag in bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 21 oktober 2024. Eiseres stelde vervolgens op 31 januari 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk op 13 november 2025. Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van €53. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier M.E.C. Bakker op 19 augustus 2025.