Eiseres heeft op 26 oktober 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder bij brief van 18 december 2024 in gebreke en diende vervolgens op 30 april 2025 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank Midden-Nederland heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen gebruik wilden maken van het recht tot mondelinge behandeling. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen de wettelijke termijn alsnog een besluit te nemen, uiterlijk 20 december 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-). De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsommen naar een eerdere uitspraak van 25 juli 2025.