Verzoekster ontving een hogere WIA-uitkering met terugwerkende kracht na een herbeoordeling in 2023, wat leidde tot een nabetaling over de periode van 24 augustus 2020 tot 31 maart 2023. Deze nabetaling veroorzaakte een naheffing inkomstenbelasting en terugbetalingsverplichting voor toeslagen. Verzoekster vorderde vergoeding van deze bedragen als gevolg van de te late besluitvorming door het UWV.
Het UWV bood een schadevergoeding van €4.067,- aan, inclusief een coulancevergoeding, gebaseerd op een gedetailleerde berekening die voordelen en nadelen van de latere uitkering in kaart bracht. De rechtbank oordeelde dat de naheffing en terugbetalingsverplichting niet direct het gevolg zijn van de te late besluitvorming, maar van de inkomenscorrectie in 2023, waardoor het causaal verband ontbreekt.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de schade adequaat heeft vergoed en dat er geen aanvullende vergoeding toekomt. Tevens werd bevestigd dat de schadevergoeding niet als belastbaar inkomen wordt gezien, zodat verzoekster hierover geen belasting hoeft te betalen. Het verzoek om vergoeding werd daarom afgewezen.