ECLI:NL:RBMNE:2025:4633

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
25/1924
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2 WsfArt. 5.3 WsfArt. 5.7 Wsf
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen omzetting prestatiebeurs in gift over 60 maanden

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om 60 maanden van haar prestatiebeurs om te zetten in een gift, terwijl zij aanspraak maakte op omzetting van 67 maanden. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2025 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank oordeelt dat de omzetting van 60 maanden conform de wettelijke bepalingen (artikelen 5.2, 5.3 en 5.7 van de Wsf) juist is. De vermelding van 67 maanden in MijnDUO geeft geen recht op extra omzetting. Berichten van juni 2023 waarop eiseres zich beroept, zijn niet relevant omdat deze dateren van vóór haar niet-inschrijving per 1 september 2023.

De rechtbank volgt de toelichting van verweerder dat de registratie in MijnDUO onjuist maar gehandhaafd wordt om nadelige gevolgen voor de aanvullende beurs van haar zussen te voorkomen. Deze registratie schept geen aanspraak op extra omzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en 60 maanden prestatiebeurs worden terecht omgezet in een gift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1924
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats] , eiseres
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Santing).

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om 60 maanden aan prestatiebeurs om te zetten in een gift, en niet de door haar gewenste 67 maanden.
1.2.
Op 2 januari 2025 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat 60 maanden van haar prestatiebeurs in een gift is omgezet. Met het bestreden besluit van 7 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 15 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder.
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

2.Beoordeling door de rechtbank

2.1.
De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft beslist om 60 van de 67 maanden ontvangen prestatiebeurs om te zetten in een gift. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, die betoogt dat zij recht heeft op omzetting van alle 67 maanden, gelet op het door haar afgeronde opleidingsverloop.
2.2.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht 60 maanden prestatiebeurs heeft omgezet in een gift. Dat MijnDUO 67 maanden vermeldt, geeft geen recht op extra omzetting. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is verweerder terecht uitgegaan van 60 maanden bij de omzetting van de prestatiebeurs in een gift?
3. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Op grond van de artikelen 5.2, 5.3 en 5.7 van de Wsf heeft verweerder terecht 60 maanden van de ontvangen prestatiebeurs omgezet in een gift.
4. Eiseres verwijst naar berichten van verweerder van juni 2023 waaruit zou blijken dat zij vanaf september 2023 nog recht heeft op 7 maanden prestatiebeurs. Deze verwijzing van eiseres naar berichten van DUO uit juni 2023 leidt niet tot een ander oordeel. Deze berichten dateren van vóór haar niet-inschrijving voor de opleiding Biomedische Wetenschappen met ingang van 1 september 2023 en bevatten op dat moment juiste informatie.
5. Eiseres wijst er op dat haar huidige registratie in MijnDUO nog steeds vermeldt dat zij recht heeft op 67 maanden prestatiebeurs. Verweerder heeft toegelicht dat die registratie op zich onjuist is, maar wel wordt gehandhaafd om te voorkomen dat de aanvullende beurs van de zussen van eiseres nadelig wordt beïnvloed. Deze registratie leidt niet tot een aanspraak op extra omzetting omdat verweerder op grond van de Wsf niet meer maanden prestatiebeurs kan omzetten dan 60 maanden. Eiseres heeft wel 67 maanden prestatiebeurs ontvangen. Deze zeven extra maanden prestatiebeurs, zullen niet van haar worden teruggevorderd. De rechtbank kan deze toelichting van verweerder volgen en is van oordeel dat de registratie in MijnDUO geen aanspraak geeft op studiefinanciering of op omzetting van de betreffende maanden in een gift.
6. Deze beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Verweerder heeft terecht 60 maanden prestatiebeurs omgezet in een gift. Verweerder heeft gezegd dat het hem alleszins redelijk voorkomt om het door eiseres betaalde griffierecht aan haar te vergoeden. De rechtbank ziet hierin aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht.
8. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2025 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.