Eiseres heeft op 13 mei 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen, waardoor eiseres op 24 juni 2025 beroep instelde na een ingebrekestelling op 26 mei 2025.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een nieuwe termijn van maximaal 60 weken na het verstrijken van de oorspronkelijke beslistermijn, uiterlijk 7 juli 2026, een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn geldt een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot terugbetaling van het door eiseres betaalde griffierecht van € 53. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling, waarna het onderzoek is gesloten en de uitspraak in het openbaar is gedaan op 22 augustus 2025.