Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:4679

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
26 augustus 2025
Zaaknummer
16/217412-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling moeder voor mishandeling van haar kinderen met riem en vlakke hand

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 26 augustus 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een moeder die haar twee kinderen tussen juni en oktober 2023 in Utrecht mishandelde. De verdachte heeft haar dochter meerdere malen met een riem en vlakke hand op de armen en het been geslagen en haar zoon met een riem op de arm en borst. Deze mishandelingen leidden tot zichtbare letsels bij beide kinderen.

De verdachte heeft grotendeels bekend, en de rechtbank baseert haar oordeel op de bekentenis, getuigenverklaringen van het slachtoffer, en letselrapportages van een forensisch arts die foto’s en filmpjes van de kinderen heeft beoordeeld. De rechtbank acht het bewezen dat de verdachte haar kinderen heeft mishandeld zoals omschreven.

De rechtbank kwalificeert het bewezen feit als mishandeling, meerdere malen gepleegd, en acht de verdachte strafbaar. Bij de strafoplegging weegt de rechtbank mee dat het feit tegen twee kinderen is gepleegd en dat de verdachte herhaaldelijk heeft geslagen. Ook is rekening gehouden met het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden, waaronder een nieuwe relatie en hulpverlening.

De rechtbank legt een taakstraf op van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en vervangende hechtenis bij niet-naleving. De rechtbank vindt een geheel voorwaardelijke straf te licht en een voorwaardelijke gevangenisstraf te zwaar. De straf heeft tevens een preventieve functie om herhaling te voorkomen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens mishandeling van haar kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/217412-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 augustus 2025 in de strafzaak van:
[verdachte]
geboren op [1992] in [geboorteplaats] (Frankrijk),
wonende aan de [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 12 augustus 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Kalsbeek;
  • de advocaat van de verdachte: mr. H.G.J. Ligtenberg.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
In de periode tussen 1 juni 2023 en 18 oktober 2023 in Utrecht haar kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld door:
  • [slachtoffer 1] meermalen met een riem, de vuist en vlakke hand op de arm en de borst te slaan en te stompen;
  • [slachtoffer 2] meermalen met een riem, de vuist en vlakke hand op de armen en benen te slaan en te stompen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte geen verweer gevoerd over het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De verdachte bekent (grotendeels) dat zij haar kinderen met een riem heeft mishandeld, zoals hieronder bewezen is verklaard. Door haar of haar advocaat is ook niet om vrijspraak gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: [1]
- De bekennende verklaring van de verdachte; [2]
- Een proces-verbaal, inhoudende de getuigenverklaring van [slachtoffer 2] op 11 juli 2024; [3]
- Een letselrapportage van een forensisch arts na het bestuderen van filmpjes en foto’s van [slachtoffer 1] van 3 mei 2024; [4]
- Een letselrapportage van een forensisch arts na het bestuderen van filmpjes en foto’s van [slachtoffer 2] van 3 mei 2024. [5]
3.3.2.
Bewijsoverweging
Uit de verklaring van de verdachte op de zitting volgt dat zij haar kinderen met een riem heeft geslagen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte haar dochter [slachtoffer 2] , niet alleen met een riem, maar ook met de vlakke hand heeft geslagen. [slachtoffer 2] heeft dat zelf bij de politie verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. De rechtbank wordt gesterkt in haar overtuiging door de schermafbeeldingen van filmpjes die de vader van de kinderen heeft gemaakt, waarna een forensisch arts het waargenomen letsel op de beelden heeft beschreven. Hij beschrijft dat bij de zoon van de verdachte letsel is te zien op de arm en de borst. Bij de dochter van de verdachte is letsel waargenomen op de armen en het (rechter) been.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op meer tijdstippen in de periode tussen 1 juni 2023 en 18 oktober 2023 te Utrecht
haar kinderen,
- [slachtoffer 1] , geboren op [2011] en
- [slachtoffer 2] , geboren op [2013] ,
heeft mishandeld door
- die [slachtoffer 1] meermalen met een riem op de arm en de borst te slaan en
- die [slachtoffer 2] meermalen, met een riem en vlakke hand op de armen en het been te slaan.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieHet bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
mishandeling, meerdere malen gepleegd
4.2
Strafbaarheid feit en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 6 weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft aangevoerd dat een geheel voorwaardelijke straf moet worden opgelegd. Er is sprake van voldoende toezicht op (de herstart van) de omgang van de verdachte met haar kinderen, de verweten gedragingen zijn al langer geleden gebeurd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn fundamenteel gewijzigd. Zo heeft de verdachte een nieuwe relatie, met wie zij recent nog een kindje heeft gekregen, met wie het goed gaat.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee, zoals op de zitting is gebleken. Dit licht de rechtbank hieronder toe.
De ernst en de omstandigheden van het feit
De verdachte heeft haar zoon en dochter mishandeld door hen, bij haar thuis, meerdere malen met een riem te slaan. Zij heeft haar dochter ook met haar vlakke hand geslagen. Als gevolg hiervan hebben de kinderen letsels opgelopen: [slachtoffer 1] had wonden op zijn arm en borst, [slachtoffer 2] op haar armen en been. De rechtbank vindt dit ernstig. Een ouder moet zijn of haar kinderen juist veiligheid en bescherming bieden en is verantwoordelijk voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn. De verdachte heeft ervoor gezorgd dat haar kinderen zich bij haar onveilig voelden, terwijl zij zich juist thuis hadden moeten voelen. De ervaring leert dat kinderen die in hun jeugd door een ouder zijn mishandeld daar in de toekomst nog last van hebben. Zij houden vaak langdurig gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid. De rechtbank vindt het handelen van de verdachte daarom ernstig. Dat de verdachte met haar mishandelingen ervoor wilde zorgen dat haar kinderen naar haar zouden luisteren en dat zij dit deed uit stress, ook door haar werk en de voorgeschiedenis en het verloop van haar relatie met haar ex-partner, de vader van de kinderen, is geen rechtvaardiging voor haar handelen.
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 8 juli 2025. Hieruit volgt dat zij op 24 oktober 2016 is veroordeeld voor mishandeling van haar toenmalige echtgenoot.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 31 juli 2025. Hieruit volgt dat de reclassering zich zorgen maakt over de relatie van de verdachte met haar ex-partner en de ruzies die hieruit volgen, waar de kinderen getuige van zijn geweest. Inmiddels is hulpverlening gestart en de reclassering vindt deze voldoende en adequaat. De reclassering ziet daarom geen meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag.
De straf
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor mishandeling met behulp van een slagwapen met lichamelijk letsel tot gevolg is een taakstraf voor de duur van 120 uur. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat het feit is gepleegd tegen twee kinderen en dat de verdachte meermalen heeft geslagen. De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee dat hulpverlening inmiddels is ingeschakeld en ziet daarom, net als de reclassering, geen reden om bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank vindt het goed dat de verdachte zelf inziet dat zij fout zat. Wel is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een stok achter de deur moet hebben, in de vorm van een voorwaardelijk straf, om te voorkomen dat zij opnieuw een strafbaar feit zal plegen.
Gelet op dit alles, legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 200 uur op, waarvan 100 uur voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel van de straf koppelt de rechtbank de algemene voorwaarde van het niet plegen van strafbare feiten voor de duur van twee jaar.
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat zij een voorwaardelijke gevangenisstraf een te zware sanctie vindt in deze omstandigheden. De door de officier geëiste onvoorwaardelijke taakstraf van 80 uur of de door de advocaat bepleite geheel voorwaardelijke straf vindt de rechtbank te licht.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het opleggen van de straf.

7.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij;
Strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
Strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
Straf
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 200 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis;
- bepaalt dat van de taakstraf
een gedeelte van 100 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
- stelt daarbij
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- als
algemene voorwaardegeldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. K. de Meulder rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 juni 2023 en 18
oktober 2023 te Utrecht, althans in Nederland
haar kind(eren),
- [slachtoffer 1] , geboren op [2011] en/of
- [slachtoffer 2] , geboren op [2013] ,
heeft mishandeld door
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal met een riem en/of met vuist en/of met
vlakke hand op de arm en/of de borst te slaan en/of stompen en/of
- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een riem en/of met vuist en/of
vlakke hand op de armen en/of de benen, althans het lichaam te slaan en/of te
stompen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met documentcode 240524.0805.184696, doorgenummerd pagina 1 tot en met 216. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.op de terechtzitting van 12 augustus 2025.
3.pagina 151 e.v.
4.pagina 104 e.v.
5.pagina 101 e.v.