Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 12,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten in 2017 een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte en parkeerplaats, met verlengingsmogelijkheden. In 2023 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de huurder voortijdig de huur beëindigde tegen betaling van een schadeloosstelling van €3.791,86. De verhuurder vordert betaling van dit bedrag plus achterstallige huur en rente, verminderd met de waarborgsom. De huurder stelt dat de overeenkomst tot stand kwam door misbruik van omstandigheden vanwege financiële nood door de coronacrisis en vordert een schadevergoeding van €53.000.
De kantonrechter oordeelt dat de financiële situatie van de huurder geen bijzondere omstandigheid vormt die misbruik van omstandigheden rechtvaardigt. De huurder was financieel beter af met de vaststellingsovereenkomst dan met voortzetting van de huurovereenkomst. De schadeloosstelling is overeengekomen en niet onredelijk, ook niet vanwege een hogere nieuwe huurprijs die toen nog onzeker was. De vorderingen van de verhuurder worden toegewezen, inclusief wettelijke rente en incassokosten, terwijl de tegenvorderingen van de huurder, onder meer wegens gebreken aan de cv-installatie, misgelopen verkoop en overlast, worden afgewezen.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €2.465,15 plus rente en proceskosten van €1.045,93. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en in reconventie worden de vorderingen van de huurder afgewezen met nihil proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €2.465,15 plus rente en proceskosten; zijn tegenvorderingen worden afgewezen.