ECLI:NL:RBMNE:2025:4775
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling van de heer Mahadewsingh
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 8 september 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot onderbewindstelling van de heer Mahadewsingh, geboren in 1943 in Suriname. Het verzoek is ingediend door zijn dochter en kleinzoon, die zich zorgen maken over de invloed van de buurvrouw van de heer Mahadewsingh, met wie hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan. De dochter en kleinzoon stellen dat het gedrag van de heer Mahadewsingh is veranderd, maar de rechter kan niet vaststellen of dit het gevolg is van een verslechterende geestelijke toestand. Er zijn onvoldoende objectieve medische aanwijzingen om te concluderen dat de heer Mahadewsingh niet in staat is zijn belangen te behartigen.
De procedure begon met een verzoek dat op 17 juni 2025 werd ingediend, gevolgd door een aanvullend verzoek en een verweerschrift. De mondelinge behandeling vond plaats op 26 augustus 2025 via een videoverbinding. Tijdens deze zitting waren de dochter, kleinzoon, de heer Mahadewsingh en zijn advocaat aanwezig. De rechter heeft vastgesteld dat er onvoldoende gronden zijn voor het instellen van een bewind, ondanks de zorgen van de dochter en kleinzoon. De rechter concludeert dat de heer Mahadewsingh in staat is om zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen en dat er geen noodzaak is voor een beschermingsbewind.
De rechter heeft ook overwogen dat de heer Mahadewsingh eerder slachtoffer is geworden van een babbeltruc, maar dat zijn advocaat heeft verklaard dat hij in staat is zijn belangen zelf te behartigen. De vrees van de dochter en kleinzoon dat de heer Mahadewsingh onder invloed van zijn buurvrouw zijn testament zal wijzigen, is niet voldoende om een bewind in te stellen. De rechter wijst het verzoek tot onderbewindstelling af, omdat er geen zwaarwegende belangen zijn die dit rechtvaardigen.