De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 september 2025 het verzoek van een alleenstaande schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord onder artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een 0-aanbod gedaan aan schuldeisers, waarbij zij niets zouden ontvangen, en vroeg de rechtbank om dit dwangakkoord vast te stellen.
De schuldenaar ontvangt een uitkering en heeft een totale schuldenlast van €125.844,95 bij tien schuldeisers. Hoewel de berekening van het vrij te laten bedrag suggereerde dat er geen afdrachtcapaciteit was, bleek uit het feit dat maandelijks €65 werd ingehouden op zijn uitkering dat er wel degelijk ruimte was om te sparen voor schuldeisers. Een van de grootste schuldeisers, Hoist, stemde niet in met het 0-aanbod vanwege de voorwaarden en het ontbreken van directe finale kwijting.
De rechtbank oordeelde dat het 0-aanbod niet het maximaal haalbare was, mede omdat er geen rekening was gehouden met de naderende AOW-leeftijd van de schuldenaar. De weigering van de schuldeisers om in te stemmen met het aanbod was daarom redelijk. De rechtbank wees het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord af en verwees naar de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) als alternatief voor de schuldenaar.
De schuldenaar handhaafde zijn verzoek tot toelating tot de WSNP, waarover bij separaat vonnis zal worden beslist. De uitspraak is gedaan door mr. P.J. Neijt en kan binnen acht dagen worden aangevochten door hoger beroep.