ECLI:NL:RBMNE:2025:4819
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens schending hoorplicht, rechtsgevolgen in stand gelaten
Eiser, geboren in Angola, diende in juli 2023 een naturalisatieverzoek in. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) liet een taalanalyse uitvoeren die twijfel opriep over zijn identiteit en nationaliteit, omdat zijn taalgebruik niet eenduidig tot Angola, maar tot de Democratische Republiek Congo herleid kon worden. De staatssecretaris wees het verzoek in juni 2024 af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde, ondanks het overleggen van een gelegaliseerde geboorteakte en paspoort.
Eiser maakte bezwaar, maar werd niet gehoord in de bezwaarfase omdat de staatssecretaris het bezwaar kennelijk ongegrond achtte. De rechtbank oordeelt dat dit onterecht was, omdat eiser wel degelijk relevante nieuwe informatie en bewijsstukken aanvoerde en expliciet om een hoorzitting had verzocht. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 7:2 Awb Pro genomen en dient het te worden vernietigd.
Desondanks blijft de rechtbank bij haar oordeel dat de staatssecretaris terecht aan de identiteit en nationaliteit van eiser twijfelde, omdat eiser geen onomstotelijk paspoort kon overleggen en onvoldoende voortgang in de aanvraag kon aantonen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de identiteit en nationaliteit van eiser.