Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
[eiser],
[verweerder],
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Pensioen werknemer”.
Rechtbank Midden-Nederland
Een werknemer van een apotheek heeft tijdens de verificatievergadering in het faillissement twee vorderingen ingediend voor achterstallig loon en niet betaalde pensioeninleg. Een mede schuldeiser betwistte deze vorderingen, stellende dat ze niet tijdig waren ingediend, verjaard waren en tijdens het faillissement waren ontstaan.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen tijdig zijn ingediend en niet verjaard zijn. De vorderingen zijn gebaseerd op de arbeidsovereenkomst en zijn niet tijdens het faillissement ontstaan. De apotheek was verplicht 2/3e deel van de pensioenpremies te betalen, wat niet is gebeurd. De werknemer had ook een bedrag ingehouden op zijn loon voor pensioenpremies die niet aan het pensioenfonds zijn afgedragen.
Het verweer dat de vorderingen niet preferent zijn of dat de werknemer batchbetalingen heeft gedaan die ook pensioenpremies kunnen omvatten, wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. De rechtbank erkent de vorderingen als preferente schuldvorderingen en veroordeelt de betwister in de proceskosten. De hoofdvorderingen worden niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wel de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank erkent de preferente vorderingen van de werknemer en veroordeelt de betwister in de proceskosten.