Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Bewaarder van het Kadaster en de openbare registers, verweerder.
Inleiding
niet-ontvankelijk verklaard.
Beoordeling door de rechtbank
niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft het bezwaar gelezen als gericht tegen de brief van 24 december 2022 en daarbij overwogen dat eiser in zijn bezwaar alleen gronden heeft opgenomen tegen de tussengrens, terwijl die grens nog niet is vastgesteld en er daarom geen sprake was van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Heeft eiser procesbelang?
Is de brief van 1 december 2022 aan te merken als besluit?
Conclusie en gevolgen
niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. De gronden van het beroep zijn namelijk gericht tegen de brief van 1 december 2022 en dit is geen besluit. Dit betekent verder dat de rechtbank het verzoek om schadevergoeding afwijst.
Beslissing
J.M.J. Kooistra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2025.