ECLI:NL:RBMNE:2025:4893
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken van procesbelang bij bezwaar bijzondere bijstand rechtsbijstand
Eisers hebben bijzondere bijstand gevraagd voor de eigen bijdrage van de kosten van rechtsbijstand, welke volledig is toegekend door verweerder tot een bedrag van €165,-. Tegen dit besluit maakten eisers bezwaar, stellende dat de draagkrachtberekening onjuist was omdat zij per 3 mei 2024 gingen samenwonen, wat gevolgen zou moeten hebben voor de draagkrachtperiode. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het gevraagde bedrag volledig was toegekend en er geen belang was bij verdere behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2025 behandeld, waarbij eisers afwezig waren. De rechtbank overweegt dat procesbelang ontbreekt omdat eisers het volledige bedrag hebben ontvangen en er geen lopende verstrekkingen zijn waarbij een gewijzigde draagkrachtberekening invloed kan hebben. Ook is niet aannemelijk dat zij schade hebben geleden door het bestreden besluit.
Eisers voerden ook aan dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel, en dat zij psychische klachten hebben door de handelswijze van verweerder. De rechtbank oordeelt dat deze gronden niet slagen omdat het besluit begunstigend is en er geen aantoonbare schade is.
De rechtbank wijst erop dat het indienen van een groot aantal processtukken zonder directe relatie tot de procedure de beoordeling bemoeilijkt en benadrukt dat eisers zich niet hebben laten bijstaan door een gemachtigde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen het griffierecht niet terug. Er is geen proceskostenveroordeling omdat geen gemachtigde is ingeschakeld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eisers volledig zijn tegemoetgekomen en geen procesbelang hebben bij het bezwaar.