De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun vier minderjarige kinderen, die bij de moeder wonen. De moeder verzoekt het eenhoofdig gezag toe te kennen omdat de communicatie tussen haar en de vader ernstig verstoord is, wat de gezamenlijke uitoefening van het gezag belemmert.
De rechtbank constateert dat ondanks een traject bij Spoor030 de communicatie niet is verbeterd en dat de vader onvoldoende betrokken is bij de zorg en opvoeding van de kinderen. De moeder regelt vrijwel alles en de situatie leidt tot stress en teleurstellingen bij de kinderen.
Gezien deze omstandigheden en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming acht de rechtbank het in het belang van de kinderen noodzakelijk het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De vader behoudt het contact met de kinderen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.