ECLI:NL:RBMNE:2025:4929
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting onbetaalde zorgpremies na ambtshalve verzekering door CAK
In deze zaak vordert Menzis betaling van onbetaald gebleven zorgpremies van gedaagde, die stelt nooit zelf een verzekering te hebben afgesloten en het CAK daartoe niet gemachtigd te hebben. Menzis betoogt dat het CAK namens gedaagde een ambtshalve zorgverzekering heeft afgesloten conform wettelijke verplichtingen.
De kantonrechter oordeelt dat het CAK bevoegd was om namens gedaagde een zorgverzekering af te sluiten, ook zonder diens instemming of machtiging, omdat dit voortvloeit uit haar wettelijke taak. Hierdoor is de verzekeringsovereenkomst rechtsgeldig tot stand gekomen. De betwisting van gedaagde faalt, mede omdat Menzis de totstandkoming voldoende heeft onderbouwd.
Verder wordt vastgesteld dat gedaagde de premies van maart tot en met september 2024 niet heeft betaald en daarom veroordeeld tot betaling van € 1.027,25 plus wettelijke rente en een deel van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst de proceskosten toe aan Menzis en sanctioneert Menzis voor het schenden van de substantiëringsplicht door geen verweren van gedaagde in de dagvaarding te vermelden, door geen punt toe te kennen aan een nadere akte.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde premies, rente, incassokosten en proceskosten aan Menzis.