Betrokkene kreeg een Mulderboete van €135 opgelegd voor een snelheidsovertreding van 16 km/u op de A12. Na handhaving door het OM stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter en voerde onder meer schending van hoorplicht, overschrijding redelijke termijn en het evenredigheidsbeginsel aan.
De kantonrechter oordeelde dat de snelheidsovertreding op betrouwbare wijze was vastgesteld op basis van tijd en afstand, ondanks een foutieve verwijzing in het proces-verbaal. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geen aanleiding gaf tot individuele toetsing van de sanctie buiten het wettelijk kader.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd tot €101,25. Daarnaast werd proceskostenvergoeding toegekend voor de rechtsbijstand bij de kantonrechter. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.