Verzoekster heeft beroep ingesteld omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder erkende de te late besluitvorming en stemde in met vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten en griffierecht vroeg. De rechtbank oordeelde dat verweerder de proceskosten moet vergoeden op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De vergoeding van proceskosten werd berekend op basis van de bijstand door een gemachtigde, resulterend in een bedrag van €453,50. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €53,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier I. van Ittersum op 26 augustus 2025.