Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 1 september 2025, met producties.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiseres, verhuurder van een bedrijfsruimte, ontruiming van de bedrijfsruimte door gedaagde vanwege een huurachterstand van 4,5 maanden en het niet betalen van de waarborgsom van €121.000. Gedaagde betwist de hoogte van de huurachterstand en stelt dat zij mede door toedoen van eiseres niet tijdig kon betalen.
De kantonrechter oordeelt dat voor toewijzing in kort geding een spoedeisend belang en de waarschijnlijkheid van toewijzing in een bodemprocedure vereist zijn. Hoewel sprake is van spoedeisend belang, is het volgens de kantonrechter niet aannemelijk dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en ontruiming zal toewijzen, omdat de huurachterstand minder dan drie maanden bedraagt en het niet betalen van de waarborgsom niet gelijkgesteld wordt aan huurachterstand.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de huurachterstand van €70.977,50 en de waarborgsom van €121.000,00, inclusief wettelijke handelsrente vanaf 6 augustus 2025. De gevorderde ontruiming en betaling van huur tot ontruiming worden afgewezen. Ook wordt een vordering tot incassokosten afgewezen omdat deze reeds voldaan zijn. Gedaagde moet proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen, maar gedaagde moet de huurachterstand en waarborgsom betalen met wettelijke rente.