Partijen, beide zakelijke entiteiten, hadden sinds 2022-2023 wederzijds dienstverleningsovereenkomsten. Medio 2024 zegden zij deze op. Eiseres vordert €12.100 wegens openstaande facturen van een digital marketingovereenkomst, waarbij gedaagde stelt dat zij tot augustus 2024 kosteloos kon opzeggen. Gedaagde vordert €7.386,15 wegens incassoabonnement en annuleringsnota’s.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde te laat heeft opgezegd en wijst de vordering van eiseres toe, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van gedaagde wordt deels toegewezen (€2.774,23) vanwege reeds betaalde facturen en een dossier dat kosteloos werd opgepakt.
Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd in conventie en aan eiseres in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en weerspiegelt een zorgvuldige afweging van contractuele bepalingen, algemene voorwaarden en redelijkheid en billijkheid.