ECLI:NL:RBMNE:2025:4966
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek brandveiligheid scheidingsmuur in aanbouw
Eiser verzocht het college om handhavend op te treden tegen een vermeende brandonveilige scheidingsmuur in de aanbouw van het buurperceel, specifiek ter hoogte van zijn woonkameruitbouw. Het college wees dit verzoek af omdat geen overtreding werd geconstateerd. Eerder was een soortgelijk verzoek afgewezen na een controle waarbij overtredingen aan een ander deel van de scheidingsmuur werden vastgesteld en handhaving plaatsvond.
De rechtbank stelde vast dat de regels voor brandveiligheid zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving en dat voor bestaande bouw een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van minimaal 20 minuten geldt. De scheidingsmuur werd gecontroleerd door een toezichthouder van het college en een deskundige van de Veiligheidsregio Utrecht, die constateerden dat de muur uit alleen dichte delen bestaat en daarmee voldoet aan de WBDBO-eis.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat het rapport onvolledige en deels onjuiste foto’s bevatte en geen bewijs leverde van de dichtheid van de muur aan zijn zijde. De rechtbank oordeelde echter dat het college het deskundigenadvies terecht aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, ondanks enkele kleine onvolkomenheden in de rapportage. De muur is volgens de deskundige volledig gecontroleerd en dicht bevonden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het handhavingsverzoek terecht is afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Het college heeft toegezegd buiten deze procedure om een aanvullende foto van de scheidingsmuur aan eiser te verstrekken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.