Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. G.A. Hoppenbrouwers;
- de advocaat van de verdachte: mr. A.C. Vingerling.
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
watdan” reageert de verdachte met “
Vogeltje 75, euro”. Het gesprek gaat verder:
Betaald iemand
Voor wanneer?
Vandaag of morgen
Bij brandweer in [woonplaats]
Morgen garantuee
Bij wie ist
Zo Hollandse vrouw ze heeft [B] en [C] gesnitcht
Mijn [B] ?
Broer van [D]
ohh […]
Ik doe morgen
adres?”
Ga je?”.
een Vogeltje te gooien” voor 75 euro. Hoewel verdachte niet heeft willen zeggen wat hij hiermee bedoelde, is voor de rechtbank voldoende duidelijk dat dit tenminste om een vernieling gaat. Uit de inhoud van het WhatsApp-gesprek, in combinatie met de verklaringen van aangeefster en haar dochter, volgt verder dat dit dat moet gebeuren bij de woning aan de [adres] in [woonplaats] .
Ga je?” wordt weliswaar brand gesticht, maar nergens in de berichten wordt door de verdachte een adres genoemd. Bovendien lijkt “
een Vogeltje gooien” voor 75 euro niet direct te slaan op een brandstichting in een woning.