Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
4.De beoordeling van het verzoek
aanstellingen
gedurende zijn dienstverband.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Het RIVM verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer wegens het onrechtmatig gebruik van de titel hoogleraar/professor, wat volgens het RIVM tot een hoger salaris bij indiensttreding heeft geleid en de integriteit van de organisatie schaadt.
De werknemer was sinds 2022 werkzaam bij het RIVM, eerst als ZZP’er en vanaf april 2023 in vaste dienst. Hij was eerder benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam voor een periode van vijf jaar, welke periode in 2020 afliep zonder herbenoeming. De kantonrechter concludeert dat de werknemer na 2020 niet meer gerechtigd was de titel hoogleraar te voeren.
Hoewel de werknemer onzorgvuldig handelde door de titel te blijven gebruiken, is niet gebleken dat dit heeft geleid tot ernstige wanprestatie, verwijtbaar handelen of een verstoorde arbeidsverhouding die ontbinding rechtvaardigen. Ook is niet aannemelijk dat de titel bepalend was voor de salarisschaal. De verstoring in de arbeidsrelatie wordt deels aan beide partijen toegerekend.
De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af en veroordeelt het RIVM tot betaling van proceskosten. De voorwaardelijke tegenverzoeken van de werknemer komen niet aan bod omdat ontbinding niet is toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken van een redelijke grond.