Eiser sloot met gedaagde een aannemingsovereenkomst voor dakrenovatie en isolatie. Eiser vorderde schadevergoeding wegens ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden. De rechtbank benoemde een deskundige, maar gedaagde betaalde het voorschot niet, waardoor het deskundigenonderzoek niet kon plaatsvinden. De rechtbank verbond hieraan de consequentie dat de door eiser gestelde gebreken vaststaan.
Gedaagde betwistte de gebreken, waaronder het aanbrengen van folie rechtstreeks op het dakbeschot, maar de rechtbank volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat deze handeling een gebrek vormt. Eiser vorderde herstelkosten en vervangende schadevergoeding, die grotendeels werden toegewezen op basis van een offerte, met uitzondering van kosten voor dakramen en dakkapel die niet met gedaagde waren overeengekomen.
Gedaagde was vanaf 20 september 2022 in verzuim en moest schadevergoeding, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiser betalen. De tegenvordering van gedaagde werd afgewezen en verrekening van openstaande facturen met schadevergoeding werd toegestaan. Het incidentvoorschot werd afgewezen omdat de procedure met dit vonnis eindigt.