Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[overledene],
2.[eiser sub 2] ,
[overledene],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen de erfgenamen van de overleden verhuurder en de huurder over een huurachterstand en de verrekening daarvan met onderhoudswerkzaamheden. De huurder stelde dat de huurachterstand mocht worden verrekend met de door hem uitgevoerde renovatiewerkzaamheden, maar dit is niet schriftelijk vastgelegd en niet aannemelijk gebleken.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder gehouden is tot betaling van de huurpenningen over de periode juni 2021 tot en met april 2024, een bedrag van €30.702,25, met wettelijke rente en incassokosten. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.
Verder is vastgesteld dat geen definitieve aannemingsovereenkomst is gesloten voor de onderhoudswerkzaamheden aan de woning en dat de huurder geen verrekeningsbevoegdheid heeft. De huurder moet €9.075,00 terugbetalen aan de verhuurders wegens onverschuldigde betaling van facturen voor niet-uitgevoerde werkzaamheden.
De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af en veroordeelt de huurder in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de veroordelingen tot betaling en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en terugbetaling van onverschuldigde betalingen.