Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:5090

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
11551310 \ MC EXPL 25-978
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallige en toekomstige ledenbijdragen VvE door eigenaar appartement

De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van achterstallige ledenbijdragen van €3.255,01 tot en met augustus 2025, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, van de eigenaar van een appartement die lid is van de VvE. De eigenaar betwist de achterstand deels en vordert in reconventie herstel van lekkages aan het dak met dwangsom.

Tijdens de mondelinge behandeling op 14 augustus 2025 is gebleken dat de eigenaar stelselmatig te laat is met betaling en de achterstand onvoldoende heeft weersproken. Het verweer dat de betalingsverplichting opgeschort zou zijn wegens onvoldoende herstel van lekkages wordt verworpen vanwege onvoldoende bewijs. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van achterstallige bijdragen, wettelijke rente en incassokosten toe.

De vordering tot betaling van toekomstige ledenbijdragen wordt afgewezen omdat deze voortvloeit uit het lidmaatschap van de VvE en niet betwist kan worden. De vordering van de eigenaar tot herstel van het dak wordt ingetrokken, zodat deze niet wordt beoordeeld. De proceskosten in conventie worden toegewezen aan de VvE, terwijl in reconventie de proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige ledenbijdragen, wettelijke rente en incassokosten; de vordering tot toekomstige bijdragen wordt afgewezen en de vordering tot herstel dak is ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11551310 \ MC EXPL 25-978 D/51246
Proces-verbaal van het mondelinge vonnis uitgesproken op 14 augustus 2025
in de zaak van
de vereniging
VERENIGING VAN EIGENAARS [eiseres],
gevestigd te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: BoitenLuhrs incasso gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.B.M. Swart.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 februari 2025 met 4 producties;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met 4 producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens vermeerdering van eis in reconventie met producties 5 tot en met 9;
- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 augustus 2025 was namens de VvE de heer [A] , VvE-beheerder, aanwezig. Hij werd namens de gemachtigde van de VvE bijgestaan door de heer [B] en mevrouw [C] . Namens [gedaagde] was mevrouw [D] , directeur-eigenaar, aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. Swart.
1.3.
Na afloop van het inhoudelijke debat tijdens de zitting heeft de kantonrechter met partijen de mogelijkheid van een schikking besproken en is de zitting even geschorst. Na de schorsing is gebleken dat partijen geen schikking hebben getroffen en uitspraak wensen. De kantonrechter heeft meegedeeld dat hij mondeling een vonnis zal wijzen.

2.De vorderingen in conventie en in reconventie

2.1.
De VvE vordert in conventie – samengevat – betaling van € 3.255,01 aan ledenbijdrage tot en met de maand augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert de VvE dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de toekomstige ledenbijdrage met daarover de wettelijke rente als [gedaagde] de bijdrage niet tijdig voldoet en met bepaling dat de ledenbijdrage zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten. Tot slot vordert de VvE veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] vordert in reconventie – samengevat – dat de VvE wordt veroordeeld om binnen drie maanden na het wijzen tot blijvend herstel van het dak van de onroerende zaak over te gaan, in die zin dat het dak geen lekkages meer vertoont, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per week totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt. [gedaagde] vordert ook veroordeling van de VvE in de proceskosten met daarover de wettelijke rente.

3.De motivering van de beslissing

in conventie
3.1.
[gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van het appartement [appartement] te [plaats] . [gedaagde] is van rechtswege lid van de VvE [eiseres] . De Algemene Ledenvergadering stelt steeds de ledenbijdrage vast, laatstelijk bij vergadering van 24 juni 2025. De ledenbijdrage wordt in rekening gebracht middels voorschotbijdragen, welke bijdragen steeds vervallen per eerste van de maand.
3.2.
[gedaagde] schiet volgens de VvE steeds tekort in betaling, dan wel tijdige betaling van de ledenbijdrage. Volgens opgave van de VvE is een achterstand ontstaan van € 3.255,01 tot en met augustus 2025 (productie 7 bij akte vermeerdering/wijziging van eis in conventie). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] stelselmatig te laat is met betaling van de ledenbijdrage. [gedaagde] heeft de gevorderde achterstand onvoldoende weersproken, zodat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt. Het verzoek van mr. Swart om alsnog te mogen reageren op de door de VvE overgelegde specificatie bij de akte eiswijziging wordt afgewezen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen daar bij comparatie van partijen nader op te reageren. Voor zover [gedaagde] een beroep doet op opschorting van haar betalingsverplichting in verband met lekkages, die onvoldoende door de VvE worden opgelost, gaat dit verweer niet op, omdat daarvan onvoldoende is gebleken.
3.3.
De gevorderde wettelijke rente wordt als onweersproken toegewezen.
3.4.
De gevorderde incassokosten voor een bedrag van € 455,49 komen eveneens voor toewijzing in aanmerking conform de staffel van het Besluit buitengerechtelijke incassokosten.
3.5.
De VvE vordert tevens dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de toekomstige ledenbijdrage vanaf 31 augustus 2025, indien [gedaagde] in gebreke blijft deze tijdig te voldoen vermeerderd met de wettelijke rente met aanpassing naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen. De verplichting van [gedaagde] vloeit voort uit het lidmaatschap van de VvE. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de toekomstige termijnen daarom af.
Proceskosten
3.6.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op € 1.329,07, bestaande uit:
- kosten van de dagvaarding
148,02
- verschotten
6,05
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
119,00
Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.7.
De veroordelingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de VvE dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
in reconventie
3.8.
[gedaagde] heeft haar vorderingen in reconventie tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken. Die vorderingen behoeven daarom geen beoordeling meer.
Proceskosten
3.9.
De kantonrechter zal de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE te betalen:
I. € 3.255,01 aan ledenbijdrage tot en met augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro hierover vanaf 4 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
II. € 108,67 aan wettelijke rente tot en met 3 augustus 2025;
III. € 551,14 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.329,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
4.5.
verstaat dat de vordering van [gedaagde] geen beoordeling meer behoeft;
4.6.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025.