Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.M. Rademaker;
- de advocaat van de verdachte: mr. C.H. Pentinga;
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straffen
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie over de verdachte van 6 september 2025 (hierna: het strafblad);
- een reclasseringsadvies van [instelling] te [plaats] van 3 september 2025.
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
- 14a, 14b, 14c, 46, 47, 55, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;
een gedeelte van 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- verklaart [I] kennelijk niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.