Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.DE ZITTING
- de officier van justitie: mr. N. Schapendonk;
- de advocaat van de verdachte: mr. S.T.M. Eijsbouts;
- de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. B.C.M. Sprenger.
2.DE TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- het slaan met een moersleutel en een schep tegen het hoofd van die [slachtoffer] en met een stok van voornoemde schep tegen het lichaam van die [slachtoffer] en
- het steken met een mes in het lichaam van die [slachtoffer] en
- het schoppen/trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer] ,
- terwijl die [slachtoffer] werd vastgehouden en
- daarbij de woorden toe te voegen: 'maak hem dood, maak hem dood', althans woorden van gelijke aard of strekking;
5.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
6.STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
7.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
8.VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ
9.TOEGEPASTE WETSARTIKELEN
10.DE BESLISSING
een gevangenisstraf van 30 maanden;
6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee)jaren vast;
2 (twee)jaren;
- het slaan met een moersleutel en/of een schep en/of een stok van voornoemde schep tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van die [slachtoffer] en/of
- het steken/snijden met een mes in het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het schoppen/trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer]
- (terwijl) die [slachtoffer] werd vastgehouden en/of
- daarbij de woorden toe te voegen: 'maak hem dood, maak hem dood', althans woorden van gelijke aard of strekking;
rechtbank: in een proces-verbaal van bevindingen is uitgelegd dat met de naam [medeverdachte 1] wordt bedoeld. Gelet daarop past de rechtbank de naam in het vervolg van de bewijsmiddelen aan naar [medeverdachte 1]], oudste zoon [verdachte] en jongste zoon [medeverdachte 2] . De achternaam van hun is [achternaam] . Ik ben geslagen met een schep en ik heb twee of drie klappen met de schep kunnen ontwijken. [verdachte] had de schep vast. Ik raakte in gevecht met [medeverdachte 1] . Toen ik met [medeverdachte 1] aan het vechten was kwam [medeverdachte 2] erbij met een moersleutel of zoiets in zijn handen. [medeverdachte 1] heeft mij gestoken met een mes. Ik ben toen op de grond gevallen en [verdachte] werd door [medeverdachte 1] aangespoord om mij dood te maken. Ik hoorde [medeverdachte 1] zeggen: "Maak hem dood, maak hem dood". [verdachte] heeft mij diverse keren geslagen met de schep. [verdachte] sloeg met de schep terwijl hij de scherpe kant gebruikte om te slaan. De schep brak bij de eerste klap op mijn hoofd waardoor er daarna alleen met de stok kon worden geslagen. De eerste klap raakte mij op mijn hoofd, waardoor daar een bloedende hoofdwond is ontstaan. Hierna sprongen de drie in de auto van mijn ouders en zijn weggereden.