Eiseres vordert ontruiming van de woning en betaling van huurachterstand door gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 e.a. wegens vermeende tekortkoming in de huurovereenkomst en onrechtmatig verblijf. Gedaagde sub 1 woont niet meer in de woning en heeft volgens de rechtbank geen belang meer bij de vorderingen jegens hem. Gedaagde sub 2 e.a. stelt dat zij met instemming van de beheerder een opvolgende huurovereenkomst hebben en altijd huur hebben betaald.
De kantonrechter overweegt dat in kort geding alleen voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen als aannemelijk is dat de eiser in een bodemprocedure zal winnen. Dit is onvoldoende aannemelijk omdat de situatie omtrent het verblijf en huurbetalingen complex is en al bijna 25 jaar bestaat. Er zijn tegenstrijdige verklaringen over de communicatie met de beheerder en de totstandkoming van de huurovereenkomst, die nader onderzoek in een bodemprocedure vereisen.
Ook de vordering tot betaling van huurachterstand wordt afgewezen omdat gedaagde sub 2 e.a. huurbetalingen heeft gedaan die door eiseres zijn teruggestort, waardoor geen sprake is van verzuim. De rechtbank wijst alle vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.