De werknemer staat sinds 2017 onder bewind, wat is geregistreerd in het Centraal curatele- en bewindregister. In mei 2025 sloot de werknemer met de werkgever een vaststellingsovereenkomst (vso) zonder toestemming van de bewindvoerder, waarin de arbeidsovereenkomst werd beëindigd en een vergoeding werd afgesproken.
De bewindvoerder stelde dat de vso nietig is omdat zij geen toestemming had gegeven. De kantonrechter oordeelde dat het recht op loon een goed is dat onder bewind staat en dat de werknemer zonder medewerking van de bewindvoerder niet over dit goed kan beschikken. De werkgever had het bewind moeten kennen vanwege de publicatie in het register en kon zich niet beroepen op derdenbescherming.
Daarom is de vso nietig en is de arbeidsovereenkomst niet geëindigd. De werkgever moet het loon vanaf juni 2025 doorbetalen, inclusief wettelijke rente en verhoging. De vordering tot nakoming van re-integratieverplichtingen werd afgewezen wegens onduidelijkheid over de arbeidsongeschiktheid. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, toekomstige loonbetalingen en proceskosten.